'Directeur et Régisseur: Signor Luigi'. Couperus op de planken (deel 2) |
Caroline de Westenholz |
 |
In de zomer van 2010 werd het Louis Couperus Museum – en daarmee het Letterkundig Museum – verrast met de schenking van een drietal programma’s voor toneelstukjes annex tableaus vivants, opgevoerd in respectievelijk 1882, 1886 en 1887, waarbij Couperus de rol van regisseur en acteur vervulde; later kwam daar nog een programma bij, waarin de naam van de schrijver niet expliciet wordt genoemd, plus een foto van een van de tableaux vivants. De programma’s en de foto werpen nieuw licht op de activiteiten en de werkwijze van de auteur in de jaren dat hij zijn eerste gedichten schreef en de invloed van die activiteiten op de inhoud van zijn debuutroman, Eline Vere (1889). Vervolg van het artikel uit VakTaal 23/2011 nr. 1. |
|
Column: De Dikke Man en De Overspelige Echtgenoot |
Ronny Boogaart |
 |
Vraagje: naar wie verwijst ze in de laatste regel van het volgende fragment?
Zodra Nicolien sliep, probeerde ik orde op zaken te stellen. Ik verdroeg niet dat ik mijzelf zo slecht in mijn macht had. Ze hoefde maar een stap te doen of ik raakte in paniek. |
|
Grammatica voor de liefhebber XXX: Regels, principes, context |
Wim Klooster |
 |
Voor alles wat structuur heeft, kun je een grammatica schrijven. Je kunt grammatica’s maken voor bijvoorbeeld behangpatronen, contrapunt, het in elkaar zetten van stofzuigers, van weerberichten, en ook van genetische codes of proteïnen.
‘Ik wou dat je wou!’ Een analyse van Hugo Claus’ Jessica!
Maarten Klein en Laura Lech
De romans van Hugo Claus worden, om het in Chomskyaanse termen te zeggen, gekenmerkt door een oppervlaktestructuur en een dieptestructuur. Aan de oppervlakte krijgt de lezer een doorgaans niet al te duidelijk verhaal aangeboden, waarin vaak verwijzingen staan naar andere literatuur, naar mythologie of bijbelteksten, maar ook naar eigentijdse films of songteksten. |
|
'Ik wou dat je wou!' Een analyse van Hugo Claus' Jessica! |
Maarten Klein en Laura Lech |
 |
De romans van Hugo Claus worden, om het in Chomskyaanse termen te zeggen, gekenmerkt door een oppervlaktestructuur en een dieptestructuur. Aan de oppervlakte krijgt de lezer een doorgaans niet al te duidelijk verhaal aangeboden, waarin vaak verwijzingen staan naar andere literatuur, naar mythologie of bijbelteksten, maar ook naar eigentijdse films of songteksten. |
|
Een stuk of wat gedichten |
Mieke Tillema |
 |
De grootse zonde
Hoe vaak Elsschots klassieke regel “Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren” is geciteerd als “Maar tussen droom en daad...” weet ik niet. Maar het gaat mij nu niet om dit maar of want. Er is een andere hardnekkige verlezing: grootste in plaats van grootse zonde in de regel “hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren”. |
|
Boekbespreking |
Fred de Bree |
 |
Bespreking van Jacobus de Voragine, De hand van God. De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea. Gekozen, vertaald en van een nawoord voorzien door Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2006. 294 pag. ISBN 90 253 5890 X. Prijs € 19,95.
Mi quam een schoon geluit in mijn oren. Het werk van Suster Bertken. Opnieuw uitgegeven en toegelicht door José van Aelst, Fons van Buuren en Annemeike Tan. Hilversum: Verloren, 2007. 248 pag. ISBN 978 90 6550 966 6. Prijs € 19,-. |
|
Marco Goud |
 |
Peter Theunynck, Karel van de Woestijne. Biografie. Antwerpen: Meulenhoff/Manteau, 2010. 540 pag. ISBN 978 90 8542 055 2. Prijs € 34,95.
|
|

|