| ‘De juf werdt er niet vroluk van’ |
 |
Brief aan Karin Adelmund
Karin de Groot
Een half jaar geleden lag staatssecretaris
Adelmund onder vuur. Er werd getwijfeld aan de kwaliteit van
het taalonderwijs dat op de basisscholen gegeven wordt. De volgende
dag was zij te gast op de voorjaarsconferentie van Het Expertisecentrum
Nederlands. Hier riep zij de bezoekers op deel te nemen aan
het maatschappelijk debat. Wij moesten maar eens naar buiten
brengen waar wij allemaal mee bezig waren. Beste Karin: bij
deze. |
|
Nederlands doceren in Wenen
Couperus extra muros |
 |
Christine van Baalen
Werken in de neerlandistiek in het buitenland
is leuk. Je verbreedt je horizon, leeft in een andere cultuur,
in een andere taal, maar toch hoef je vele uren per week geen
concessies te doen aan het spreken van je eigen taal. Dat is
immers doel en instrument tegelijk, daarvoor ben je naar het
buitenland gehaald. Eergisteren liep ik ’s nachts naar huis,
door een al koud Wenen. En ik zag die grote 19e-eeuwse
gebouwen, de brede straten, de verlaten parkjes. Een prachtige
stad. |
|
| Grammatica voor de
liefhebber 2 |
 |
Wim Klooster
Mij zag niemand - Niemand zag mij,
die twee zinnen betekenen wel zo’n beetje hetzelfde. Toen ik
nog leraar was, vertelde een oudere collega me hoe je leerlingen
er bij zinsontleding in kon laten lopen. Geef ze zo’n zin op
als Mij zag niemand, en geheid zullen er een paar mij als onderwerp
aanwijzen, doordat het naar het begin van de zin is verplaatst.
(Een heel gemene is ook: Hun hebben ze niks verteld.) |
|
Boek over Jan Engelman
(1900-1972) Op gezang en vlees belust |
 |
Edwin Lucas
De dichter en journalist Jan Engelman behoort
tot de invloedrijke figuren in de Nederlandse culturele wereld
vóór en na de Tweede Wereldoorlog. Ter gelegenheid van Engelmans
honderdste geboortedag, op 7 juni 2000, verscheen bij de Utrechtse
uitgeverij Kwadraat de monografie Op gezang en vlees belust. |
|
| Colloquium Vertaling
en verbeelding |
 |
Patrick Bassant
Er zijn twee soorten muzikanten: enerzijds
zij die de luisteraar bewustmaken van het instrument waarop
wordt gespeeld, die dus het gebruik (of het geluid) van het
instrument hoger aanslaan dan wat er daadwerkelijk op wordt
gespeeld. Anderzijds de muzikanten die dicht op de partituur
zitten en muziek maken waar de luisteraar niet in verdwijnt,
waar het instrument de muziek dient en de muzikant speelt zoals
het oorspronkelijk door de componist bedoeld is. Het verschil
zit in de interpretatie van de partituur en zou het verschil
tussen ‘uitvoering’ en ‘vertaling’ genoemd kunnen worden. |
|
Enkele beschouwingen
bij de nieuwe literatuurgeschiedenis
Brandende kwesties |
 |
Arie Jan Gelderblom
Anne Marie Musschoot
In 2006 zal de nieuwe literatuurgeschiedenis
in de boekhandels verschijnen. Dit toekomstige standaardwerk
zal bestaan uit zeven delen die tezamen vanuit een nieuw perspectief
de ontwikkeling van de literatuur door de eeuwen heen verhalen.
Door middel van dit perspectief zal de eenheid die bestaat in
de verschillende ontwikkelingen binnen de (literatuur)geschiedenis
de nadruk krijgen. In dit artikel stippen de twee eindredacteuren
van de nieuwe literatuurgeschiedenis enkele problemen aan die
zij zijn tegengekomen bij het werken aan de opzet van dit magnum
opus: brandende kwesties. Daarnaast geven zij een schets van
de ontwikkelingen tot op heden. Een tipje van de sluier die
voor ‘de nieuwe Knuvelder’ hangt, wordt opgelicht. |
|
| Wat woorden doen |
 |
Margreet Onrust
In Wat woorden doen hebben Agnes Sneller
(hoogleraar Neerlandistiek Károli Universiteit te Boedapest)
en Agnes Verbiest (voorheen verbonden aan de opleiding Nederlands
van de Universiteit Leiden) een twaalftal publicaties bij elkaar
gebracht tot een cursusboek dat studenten moet inleiden in het
vak ‘genderlinguïstiek’. Deze publicaties, eerder verschenen
in uiteenlopende media op het gebied van taalkunde, letterkunde,
vrouwenstudies en onderwijskunde, krijgen in soms gewijzigde
vorm nieuwe samenhang in de vier delen van het boek: ‘Woorden
en beelden’, ‘Systemen en structuren in taal en tekst’, ‘Taal
als proces: mondeling taalgebruik’ en ‘Taal als product: cultuurteksten’.
Bij elk deel moeten korte inleidende teksten deze samenhang
verduidelijken. |
|

|