| Het gebruik van wetenschap voor de
eigen psychische behoeften |
| Willem Frijhoff |
 |
| Over Het Bureau
zijn vele verschillende meningen mogelijk. Er loopt echter één
grote kloof door de lezersschaar: die tussen de 'betrokkenen'
en de 'anderen'. De 'betrokkenen', dat zijn zij die 'weten'.
Ze zien de roman als een afspiegeling van werkelijkheid - natuurlijk
niet de hele werkelijkheid, maar wel een vitaal deel ervan,
namelijk dat wat henzelf of hun kring raakt. De 'anderen' mogen
vrijuit commentaar leveren, kritiseren, fantaseren. |
|
| Een onweerswolk boven het bureau |
| Susanne van der Kleij |
 |
| Peter Jan Margry (1956) werkt vanaf 1993 als
onderzoeker aan het Meertens Instituut op het terrein van de
religieuze cultuur. Sinds kort is hij hoofd van de onderzoeksgroep
etnologie, voorheen de afdeling volkskunde waarvan J.J. Voskuil
van 1964 tot 1987 ook hoofd was. Een interview. |
|
| Het Bureau - dialoog over de dialogen |
| Willem van den Berg |
 |
| Ik: Eigenlijk ben ik het me nooit zo bewust
geweest, maar nu ik voor VakTaal
iets moet schrijven over de dialogen bij Voskuil besef ik ineens,
dat er een direct verband bestaat tussen de uitgesponnen beschrijvingen
in Het Bureau en het overwicht
aan dialogische presentatie van wat Maarten Koning binnen en
buiten het instituut overkomt. |
|
| Het Bureau: Feiten & Meningen |
| J.D.F. van Halsema jr. |
 |
| Het Internet is per definitie een vluchtig
medium. Een literair tijdschrift redigeren, VakTaal
bijvoorbeeld, betekent werken aan iets dat een definitieve vorm
zal krijgen, en dat voor het nageslacht bibliografisch ontsluitbaar
is. Een website bijhouden betekent echter werken aan iets dat
voortdurend bijgesteld ('ge-update') kan worden. In dit geval
is de redacteur er zelfs niet zeker van dat de lezer het document
zo op het scherm zal krijgen als bedoeld is. Verwijzingen ('URLs')
naar andere documenten op het Internet kunnen verouderd zijn
op het moment dat ze ingevoerd worden. Een definitieve vorm
zal zelden of nooit bereikt worden. Dat is zowel zwakheid als
kracht. |
|
| Het Bureau gaat niet over 'Het Bureau' |
| Jaap de Rooij |
 |
| Op bladzijde 393 van deel 2 van Het
Bureau, als Bart de Roode sinds twee dagen medewerker
is, laat de schrijver deze tegen Maarten Koning zeggen: 'Ik
zit bij Volkstaal ... maar ik heb de indruk dat de afdelingen
hier niet zoveel contact met elkaar hebben.' Ik herinner me
niet dat ik dit gezegd heb, maar het zal wel zo zijn. In elk
geval is de strekking van het gesprokene wáár
- en van belang voor wat ik in dit artikel aan de orde wil stellen. |
|
| "Waarom was Huppeltje Pup een
beetje triest?" |
| Patrick Bassant |
 |
| Zeven slaappillen had J.J. Voskuil nodig om
het leven van Maarten Koning en zijn eigen maagzweer van zich
af te schrijven. Koning had niet de behoefte dingen mooier voor
te doen dan ze waren. Zoals het voorgevallen was, werd het op
schrift gesteld. Een eerlijk chroniqueur van het leven en het
wellicht nutteloze werk van een gewone man. Een eigenaardige
man, trouwens. Een norse, autoritaire man met nukken die leed
onder het regime van een loeder van een vrouw. Zoals in Pink
Floyds film The Wall, over het
leven van een rockster, de strengste onderwijzer op de kostschool
in wezen de marionet is van zijn vrouw en zijn frustraties op
het werk afreageert. Een benepen, vroegoude man die niet uit
het leven gehaald heeft wat er uit te halen viel en niet weet
wie hij dat moet verwijten. |
|
| De beweeglijkste en avontuurlijkste
vorm van taalkunde |
| Jan Stroop |
 |
| Het is een nauwelijks te ontkennen feit dat
wie dialectologie beoefent een lang leven beschoren is en dat
zo iemand een ijzersterk geheugen behoudt. Jo Daan levert er
met haar Geschiedenis van de dialectgeografie
in het Nederlandse taalgebied het zoveelste bewijs van.
|
|
| Voor wie wil verder lezen |
| Fred de Bree |
 |
| Het Bureau mag
niet worden verfilmd, vindt J.J. Voskuil. Dit staat te lezen
op p. 57 van: J. Heymans, Lam naast leeuw.
Over J.J. Voskuil (Baarn, de Prom, 2000. ISBN 90 6801 689 x),
een bundeling van zeven gesprekken met Voskuil, voorafgegaan
door een inleiding en gevolgd door een bibliografie van literaire
en wetenschappelijke publicaties van de geïnterviewde. |
|

|