| Over diploma's en bezieling. Een hommage aan Wim Klooster |
 |
Willem van Raaijen Geachte aanwezigen, waarde Wim,
Het voorlezen van een gedicht van Hugo Claus had de opening moeten vormen van dit verhaal. Het 'waarom' zal, naar ik hoop, later blijken. Het 'waarom niet' eerst. |
|
Demotie en promotie. Arbeidsperspectieven in de wetenschap en de positie van promovendi |
 |
Mark de Vries
In de vier jaar dat ik nu bij de universiteit werk zijn me een paar dingen opgevallen. Het eerste is heel positief. Hoewel iedereen wel eens een chagrijnige periode heeft, zijn de meeste wetenschappers zeer te spreken over de inhoudelijke kant van hun werk: onderzoek doen en lesgeven. Het tweede is doorgaans negatief. Dit betreft zo ongeveer alle randvoorwaarden. Men klaagt over voortdurende reorganisaties, matig personeelsbeleid, hoge werkdruk, te weinig salaris, een slecht carričreperspectief. |
|
| De arbeidsmarkt voor neerlandici na vijftien jaar |
 |
Thijs Pollmann
In 1983 werd door een werkgroep van de Academische Raad gepleit voor de oprichting van een beroepsvereniging voor letterenafgestudeerden. Gesuggereerd werd dat dit een van de maatregelen zou kunnen zijn die de zorgwekkende ontwikkeling van de werkgelegenheid ten goede zou kunnen keren. Die vereniging voor het gehele letterenveld kwam er niet. Wel kwam er voor de neerlandici de LVVN. Nu Wim Klooster terugtreedt als eerste voorzitter, is het een goed moment voor een tussenbalans. Hoe staat het nu met de werkgelegenheid in Nederland voor de alfa's, en speciaal de neerlandici onder hen? |
|
| Het aio-schap als de sfinx van Thebe |
 |
Kees van Dijk
In deze bijdrage over mijn ervaringen als aio (assistent in opleiding) sinds 1992 wil ik ingaan op drie aspecten: het onderzoek van aio's, de arbeidsstructuur van het aio-schap in het algemeen en tenslotte de karakteristiek van het aio-schap bij de voormalige vakgroep (thans leerstoelgroep) Nederlandse Taalkunde aan de UvA. |
|
| Van computational linguistics naar multilingual publishing |
 |
Brian Dommisse
Toen ik afstudeerde in 1986 was voor mij de link tussen moderne taalkunde en de computer die van de computational linguistics, computertaalkunde in goed Nederlands. Hierin werd geprobeerd met behulp van een computer natuurlijke taalregels te testen op hun validiteit of nagebootst zodat bijvoorbeeld processen als automatisch vertalen mogelijk gemaakt konden worden. Zo was ik zelf bezig met een model van morfologische decompositie: woordvormen herleiden tot de onderliggende woordstam. |
|
| Niet wat, maar dąt |
 |
Peter Grondman
Het leven van een zelfstandige krantenjongen (bladenmaker, journalist, PR- en communicatiedeskundige) kent vele gezichten, is elke dag weer anders... |
|

|